Droomhuis gezocht – gebouwd – gevonden

Ons droomhuis bouwen in Senegal

Het huis waarvan wij al jaren dromen, staat! Het casco althans. Afgelopen december zat ik voor het eerst op onze veranda-in-wording. Heerlijk in de schaduw, zoals voorzien in ons ontwerp. Het voelde boven verwachting ‘thuis’, ook al zat ik op kaal beton. Het hele gebouw is nog kaal beton. Als we dit najaar in ons eigen huis willen verblijven, moeten de stukadoor, de tegelzetter en de loodgieter voordien aan de bak. En moeten wij voor materiaal zorgen: gips, tegels, sanitair. Zie daar: een uitdaging binnen mijn inburgeringstraject.

Maar die inburgering begon al veel eerder. Spelenderwijs. Elke vakantie in Senegal maakten we na de familiebezoek-tournee een rondreisje. Om Ibrahims land samen te leren kennen. En om te ervaren waar we ons samen het beste, het meest thuis voelen. Het idyllische Ile de Gorée, waar Ibrahim woonde toen we elkaar leerden kennen, waar een deel van zijn familie woont, waar hij heel veel goede en minder goede vrienden heeft, waar ik met mijn neus in de paradijselijke boter viel, stond met stip op 1. Hier zouden we ons dolgraag vestigen, ware het niet dat de monumentale koloniale panden er onbetaalbaar zijn – hoe vervallen ook (3 ton is niks) en daar verder behalve voor de burgemeester een bouwverbod is. Gorée is dus geen optie – in afwachting van een hoofdprijs in de Staatsloterij.

Bouwlocatie zoeken

Als niet op Gorée, dan toch in elk geval aan, of dichtbij de kust. De kustgebieden zijn een stuk koeler dan de binnenlanden. Ibrahims grootste liefhebberij is vissen in zee. Strandwandelen vinden we beiden heerlijk. En als fotograaf ga je uit je dak op Senegalese stranden, met al die kleurrijke mensen en dito pirogues (vissersbootjes). Een eindeloos tableaux vivant.

Elke vakantie bezochten we een ander deel van Senegal. Steeds kwamen we daarna terug in Poponguine om te relaxen, te genieten, ons ding te doen. Een aangenaam stadje, een mix van autochtone Serer (deels moslim en deels katholiek), goed geïntegreerde Europeanen en wat toeristen van het avontuurlijke soort, die hun heil buiten het massatoerisme zoeken. Schone lucht, want omringd door beschermde natuurgebieden. Geen westerse voorzieningen zoals een superette, alleen authentieke boetiekjes en kraampjes. Genoeg restaurantjes, ook om af te halen, de meeste lokaal en heel betaalbaar, één met eersterangs uitzicht over zee en een iets duurdere kaart en één die wij consequent mijden vanwege hun pretenties (en prijs). Overzichtelijk dus. En op veilige afstand van de benauwende drukte van Dakar. Hier waren we onze rondreis-op-zoek-naar-onze-woonplaats in 2010 begonnen, wisten we inmiddels de weg, hadden we een paar vrienden gemaakt. Eigenlijk wisten we het toen al, dat we hier ons thuis zouden creëren.

Zeespiegel stijgt zienderogen

Nu we onze keuze hadden gemaakt, gingen we op zoek naar een huis of stukje grond. Op z’n Senegalees: zonder Funda. Je wandelt wat, je ziet wat, je gooit ‘ns een balletje op. Bijzonder veel toevallige voorbijgangers blijken dan ‘makelaars’. Iedereen wil natuurlijk een graantje meepikken van een onroerend goed-transactie. Al doende bleek een huis duur en riskant, omdat het lastig is de beoordelen of de basis goed gebouwd is en omdat huizen hier onderhevig zijn aan erosie. Elk jaar dat we de kust van Popenguine aandoen, is het strand kleiner en zijn de residenties/vakantiehuizen ‘pied dans l’eau’ (óp het strand) verder afgebrokkeld. Je voeten in het verkoelende zeewater is heerlijk, maar gevels blootgesteld aan zilte zeewind en fundamenten soppend in beukende golfslag zijn geen lang leven beschoren. Je waant je er bijna in oorlogsgebied; hele gevels weggeslagen, interieurs hangend op half zeven en brokken beton-met-wapening als aangespoeld speelgoed.

Het huis óp het strand dat in 2010 te koop stond (en waar ik spoorslags verliefd op was geworden) was het volgende jaar half vergaan, het jaar erop weer teruggebouwd en het jaar daarop weer kapot. Nu staat het er weer, in deplorabele staat, en heeft het zelfs nieuwe buren – die hun veranda hebben gebarricadeerd met basaltblokken ter bescherming tegen de zee. Maar basalt beschermt niet tegen zeewind…

Ook gezien de zeespiegelstijging durven we de kust zelf niet aan. Conclusie: ons droomhuis staat een paar kilometer landinwaarts op een comfortabel aantal meters boven zeeniveau.

Verdwaald in Guereo, een dorpje dichtbij de lagune van Somone

Tijdens onze laatste onderzoeksreis verbleven we in Guereo, een vrij onbetekenend vissersdorpje tussen de mangrove delta rond de lagune van Somone en het natuurreservaat van Poponguine, met wat piepkleinschalig toerisme. Niet ver van de autoroute, het nieuwe vliegveld en TER-treinstation en daarmee een prima uitvalsbasis om de familie in Dakar te bezoeken en regelmatig de pont naar ons geliefde Gorée te kunnen pakken.

Doordat de weg van Sindia naar Guereo werd geasfalteerd en we werden omgeleid via het gemoedelijke dorpje Rhazabe, verdwaalden we op de terugweg naar onze logies in een doolhof van zandweggetjes. Toen Ibrahim de weg vroeg aan een groepje locals schuilend voor de felle zon onder een grote baobab op een dorpspleintje sprong één van de mannen op. “Diallo!”. Bleek een bevriende buurman van weleer, die Dakar had verruild voor zijn geboortedorp, Rhazabe dus. Een lang verhaal kort: deze bevriende buurman van weleer wist grond te koop in zijn dorp. En op die grond staat nu ons huis, omringd door een tuin waar een moestuin en een zwembad niet zullen misstaan.

Werk aan de winkel. Kadaster, koopcontract opmaken, terrein op naam zetten, erfpacht betalen – een bureaucratisch doolhof waar ik nu, drie jaar later, om kan lachen, maar waarvan ik destijds een paar weken wakker heb gelegen. Ik zal daar nog eens aan blog aan wijden.

Van woonwensenlijstje en moodboard via geniaal schetsontwerp naar bouwtekening

Eenmaal terug in Den Haag startte de plannenmakerij: woonwensenlijstjes maken en plattegronden schetsen. Dankzij (het gratis spreekuur van) Studio Schaeffer, hadden we vrij snel een schetsontwerp waar we helemaal weg van waren. Bijzonder maar bescheiden, aangepast aan tropische temperaturen door veel schaduw en een geniale, eeuwenlang beproefde natuurlijke isolatie en erg mooi. Een sympathieke architect in Dakar bereid gevonden grondonderzoek ter plekke te doen om het fundament te berekenen en bouwtekeningen te maken. De bevriende buurman van weleer is metselaar-aannemer, zijn broers elektricien, loodgieter, tegelzetter, dakdekker. Een van Ibrahims beste vrienden in Dakar is voormalig werknemer van de architect én opzichter. En niet onbelangrijk: eerlijk tot op het bot, betrouwbaar in het kwadraat, secuur, serieus, een held! Kortom: in de coronatijd is ons huis gebouwd. We konden de lockdown niet nuttiger besteden!

Maquette knutselen

Nu is het alsof ik in een droom door m’n maquette loop. De woning is precies zo als we hadden bedacht. En de vooralsnog betonnen veranda voelt nog veel beter dan verwacht.

Dat beton is trouwens wel een dikke concessie. Eigenlijk wilden we ecologische bouwen met ‘stampleem’: aangestampte klei uit eigen tuin. Want de grond is prachtig terracotta! Maar dat bleek pragmatisch en economisch een brug te ver. Onze aannemer werd nerveus van onze ambities. Als we vaart wilden maken, de boel vanuit Nederland wilden coördineren, niet te veel wilden opvallen in ons dorp en geen afgunst wilden opwekken, was het verstandiger om op de gangbare manier te laten bouwen. Dus: een betonnen fundering en ‘gewoon’ ter plekke gemaakte holle betonstenen.

Handmatig een huis bouwen in Senegal: indrukwekkende bouwactiviteiten

Waarbij ‘gewoon’ héél ongewoon is voor een ‘toubab’: een vrachtwagen stort tonnen zand en cement op de bouwplaats en een paard-en-wagen brengt enorme hoeveelheden jerrycans/bidons met water. Een grote hoeveelheid mannen met scheppen mengt een en ander handmatig tot een gladde betonsaus. Andere mannen vullen een mal met het mengsel en leggen de bouwsteen-in-wording te drogen. Het sjouwen, metselen, tillen, takelen gaat – net als het uitgraven van de grond voor de fundering trouwens – zonder noemenswaardig gereedschap, laat staan machines. Houten latten vormen mallen voor de gegoten betonkolommen, de draagconstructie. Houten balkjes stekend door de net opgemetselde muren dienen als steiger. Heel veel respect voor deze mannen!

De afgelopen maanden kregen we regelmatig filmpjes opgestuurd van de bouwactiviteiten en ik was meer dan onder indruk van onze bouwvakkers. En nu zat ik in het resultaat: ons nieuwe bijna-thuis.

Een waterput boren met als het resultaat: bronwater uit de kraan

Terwijl ik de tuin visualiseerde, waren mannen druk met een spannende machine: een waterputboor op diesel, die Ibrahim een half jaar geleden bij AliExpress had besteld en die na een reis van maanden wonder boven wonder in Dakar was afgeleverd. Lang verhaal kort: op de dag voor onze terugkeer naar Nederland boorden we op 40 meter diepte heerlijk helder bronwater aan. Het veilige drinkwater dat we jaar in jaar uit in petflessen kochten, stroomt bij ons gewoon uit de kraan!

Dat water maakt de afwerking van ons huis natuurlijk een stuk eenvoudiger. Nu hoeven we geen jerrycans water meer te laten aanrukken (en afrekenen) om cement en stucsel te maken. Nu kunnen wij jerrycans water verkopen aan alle buren die hier eerdaags hun huis gaan bouwen – en dat zijn er nogal wat. Om diezelfde reden zal die boormachine zich ook dubbel en dwars terugverdienen. Insha’allah.

Op zoek naar… een bouwmarkt

Inkopen doen in Senegal in een uitdaging. Ik heb het niet over voedsel; aan kraampjes met vers fruit en verse groenten, kruidenierszaakjes en winkels van Sinkel geen gebrek. Het gaat om het grotere werk: bouwmaterialen, auto’s, dat soort dingen. Zoals ik in mijn eerste blog ‘Inburgeren is uitburgeren’ al meldde: geen Hornbach, geen IKEA, geen webshops. Vrijwel geen enkele ondernemer heeft een website, laat staan een website met een overzicht van producten c.q. voorraad. Voor Ibrahim en de mannen op onze bouwplaats is het de normaalste zaak van de wereld om voor noodzakelijk bouwspul van quincaillerie tot quincallerie te rijden (ijzelhandels waar men (soms) ook cement en pvc-pijp verkoopt). Dat betekent dat je soms halve dagen onderweg bent, soms uiteindelijk met succes, vaak tevergeefs. En altijd op levensgevaarlijke wegen vol levensgevaarlijke krakkemikkige, smerig stinkende voertuigen en levensgevaarlijke chauffeurs, waarvan het merendeel zich niet bewust is van enige verkeersregel. Maar dit terzijde.

Op zoek naar… een pinautomaat

Maar je kúnt geluk hebben en vinden wat je zoekt – voor een schappelijke lokale prijs (d.w.z. niet een paar keer over de kop, omdat men aanvoelt dat de potentiële koper een link heeft met Europa). Dan is er weer een uitdaging: betalen. Met voldoende contant geld. Want met uitzondering van een Franse supermarktketen (Auchan) met filialen in enkele grote steden heb ik nog nergens een pinapparaat gezien. Ook geen tikkie-optie, want niemand heeft een bankrekening (te duur, te ongewend, te wit – men prefereert cash handel in het zwarte circuit). Dat betekent dus: op zoek naar een bank met een functionerende pinautomaat. Meervoud, want als je op een dag meer dan 200 euro wilt pinnen, moet je naar een veelheid aan banken. Kun je je voorstellen hoe dat was toen we ons terrein kochten en moesten afrekenen?

@Loïs Diallo: 10 februari 2023

Deel het artikel

Volg mij op

Laat een reactie achter

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Lees alle blogs