Intercontinentale kleding-‘kringloop’ loopt dood

Mijn man heeft een nieuwe korte broek nodig. Om te vissen in de zee. De vorige is tot op de draad versleten. Hij houdt van vissen in de zee. En van pieds dans l’eau. Blij verrast is hij dat er vandaag een kledingmarkt is op het centrale plein van Poponguine. De markt bestaat uit één centrale kraam vol tweedehands kleding. Heel veel tweedehands kleding. Rondom de kraam nog meer kleding. Op stapels. In de 2e ring, achter de stapels, hele en vooral gescheurde vuilniszakken en strak gebundelde plastic balen. Ook vol textiel. Rijp en rot door elkaar. Zo veel dat ik door de bomen het bos niet zie. Maar hij begint enthousiast en gestructureerd te graven. En vindt waarnaar hij op zoek was. En meer.

Hij is goed in afdingen en scoort 3 broeken en een hippe vintage boodschappentas voor de vrouw voor 3 euro. Hij is blij met zijn korte broek, zwarte jeans en krijtstreep pantalon. “Hoezo een krijtstreep pantalon; hoezo een ‘pantalon’? Heb je ambities om bureaucraat te worden?” “Dat niet, maar ik houd van krijtstrepen.”

Op alle markten van Senegal die ik heb bezocht, vind je kilo’s, wat? Tónnen tweedehands textiel. Kleding, schoeisel en accessoires die wij in Europa niet meer blieven. Die wij voor een habbekrats bij de Primark of SHEIN op de kop hebben getikt en hooguit een seizoen hebben gedragen voordat we het alweer zat waren. Meestal lag het vervolgens een paar jaar te verpieteren op de zolder, alvorens het na een grote schoonmaak of dito ontspulsessie te deponeren bij een kringloopwinkel. “Zodat iemand anders er nog iets aan heeft.” Zeker sinds de coronatijd en de opmars van Marie Kondo worden kringloops overspoeld met allerhanden afdankertjes die een huisdetox niet hebben overleefd. De kringlopen raken al die spullen aan de straatstenen niet kwijt. Althans niet op eigen continent.

Kledingdump

Het Franse/Senegalese woord voor deze handel is ‘friperie’. Verfrommelde zooi, zeg maar. Onder het mom van recycling overspoelt die friperie de markten in Senegal. Veel Senegalezen zijn best blij met betaalbare kleding. Mijn man soms ook, vooral als hij net weer een korte vis-broek heeft versleten. Of uit een schilderbroek is gescheurd. Op de friperie-markt is je franc een kilo waard. Maar er is ook een groep Senegalezen helemaal niet blij met de verfrommelde shit voor een schijntje: kleermakers.

Kleermaker is een prettig, gerespecteerd, redelijk lucratief beroep. Menig Senegalees is opgeleid tot kleermaker. Door een meester-kleermaker of dankzij een ontwikkelingsproject. Alleen al in Nederland ken ik tientallen stichtingen die West-Afrika menen te ondersteunen door naaiateliers te organiseren voor wezen, werklozen, alleenstaande vrouwen en andere bovengemiddeld kansarmen. Maar zelfs de meest ambachtelijke kleermakers gaan nu achter elkaar failliet. Er valt niet te concurreren tegen tweedehands kledij uit Europa. Met of zonder krijtstreep. Onze afdankertjes ondermijnen de lokale kledingindustrie. En hoe. Sinds de overdaad aan verkreukelde kringloopoverschotten is het zeer de vraag of het ambacht dat vele gezinnen generaties lang een prima boterham verschafte nog levensvatbaar is. De ruggengraat van de lokale economie staat op knakken.

Fast fashion-dump in de media

Mijn constatering is niet nieuw. Je ziet het al jaren in de media. En toch blijven we maar dumpen onder het mom van goed doen voor onze Afrikaanse medemens… Je leest het in:

Klerezooi

Eén groep meest jonge innovatieve kledingmakers kan een klein deel van de afdankertjes wel gebruiken: spijkerbroeken. Althans: ouderwetse katoenen jeans. Originele Levi’s, Lee’s en Lois. Géén fabrieksmatig voor-gescheurde synthetische stretch shit. Alleen katoen is geschikt als grondstof voor geupcyclede mode. Eigenlijk is de boodschap van een groeiend aantal vooruitstrevende Afrikaanse couturiers: stuur alleen goede kwaliteit, geen rotzooi. Die mag je zelf in de fik steken.

Kiloknallers

De reis van onze Europese afgedankte kleding eindigt niet altijd in de kledingkast van een dankbare nieuwe eigenaar op het Afrikaanse continent. Onderzoek toont aan dat veel van deze kledingstukken ook op de lokale tweedehandsmarkten geen waarde hebben en uiteindelijk worden gedumpt. Ergens. Vaak langs de kant van de weg of in zee. Zo ook de puinzakken waarin de kleding getransporteerd wordt (en, helaas: versleten visnetten en héél veel plastic). In Senegal vind je geen ‘Afvalbrengstation’ of ‘Milieustraat’.

zooi op het strand

Het gaat om miljoenen kilo’s. Per week. Op de Senegalese stranden struikel je bijkans over de verwrongen strengen versleten textiel. Nog een schaduwzijde van deze Westerse ‘filantropie’. Dus: wie profiteert er echt van deze handel: de eindgebruikers in landen als Senegal, de Westerse consument of de tussenhandelaren? Want voor niks gaat de zon op. Die kringlopen verpatsen hun left-overs aan handelaartjes die het exporteren, die verpatsen het weer aan een importeur ter plekke en ook de (ambulante) marktkoopmannen, zoals die in Poponguine, kopen die balen als verrassingspakketten in bij die importeurs. Alle risico ligt bij de laatste categorie zzp’ers… Ondersteunen we door onze afgeschreven impulsaankoopjes te ‘doneren’ voor hergebruik de Senegalese medemens, helpen we ons eigen land van een afvalberg af, of beroven we de lokale kleermakers van hun brood?

Gewetensvraag

Tijdens de strandwandeling na ons marktbezoek stel ik m’n man een gewetensvraag: “al die tweedehands kleding die men in Europa niet meer blieft en hier dumpt, is toch broodroof voor jullie ambachtelijke kleermakers? Waarom koop je je korte broek niet gewoon bij de kleermaker?” “Die kan alleen drollenvangers naaien.” Het is waar. Lokale kleermakers zijn uitermate bedreven in jurken, rokken, spectaculaire dames-ensembles en boubou’s wolof. Een tweedelig kostuum voor mannen waarvan het bovenstuk een jurk gelijkt en ruim over de bips valt. Zodat je niet ziet dat het kruis van de pantalon zowat op de knieën hangt. Ik heb meermaals kleding laten maken in Dakar. Broekpakken: tuniek met broek. Dat is mijn ding. De tunieken worden prachtig; broeken belanden vrijwel zonder uitzondering op zolder…

lap stof uitgekozen voor een nieuwe boubou (2e van links: zwager in boubou wolof, midden: ex-schoonzus in boubou, rechts: schoonzus in boubou-ensemble)
@Loïs Diallo: 9 november 2023

Deel het artikel

Volg mij op

Laat een reactie achter

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Lees alle blogs