Keti koti kunst

Of Ibrahim wilde meewerken aan een tentoonstelling in het kader van het herdenking slavernijverleden – of het herdenkingsjaar slavernijverleden? In elk geval niet de ‘herdenking van de afschaffing van de slavernij’. De Surinaamse initiatiefneemster van de expo wees me nogal vaak op fouten in mijn taalgebruik. Ik voelde me net een kleuter in handen van een heel strenge juf. Ik liep op eieren. Wilde haar niet tegen me in het harnas jagen. Zij was immers nazaat van tot slaaf gemaakten. En leek als twee druppels water op een Djola-tante van Ibrahim.

Maar ze wilde graag dat Ibrahim een Senegalees steentje bijdroeg aan de groepstentoonstelling in een galerie in Rijswijk. Met naast Ibrahim vier Surinaamse kunstenaars. De dame had werk van Ibrahim gezien in een cultureel centrum in Amsterdam Zuid-Oost en was erdoor gegrepen. Had bedacht dat het interessant zou zijn om ook de Afrikaanse invalshoek te betrekken bij het verhaal dat ze in de expositie wilde vertellen. Maar hij moest nog wel door de ballotage. Hoe keek hij aan tegen het slavernijverleden? Was slavernij ook thema van zijn werk?

Té genuanceerd

Ibrahim duidde uit dat hij als kunstenaar op Gorée niet om het slavernijverleden heen kon. Gorée ademt koloniaal verleden en dus ook dat onlosmakelijke onsmakelijke aspect ervan. Als Senegalees, als Afrikaan, als mens verafschuwt hij -vanzelfsprekend- de slavenhandel en het bijbehorende leed. Doelend op de handelwijze van de kolonisator, maar ook die van bij die smerige handel betrokken Afrikanen. Immers, zonder de medewerking van een groot aantal corrupte continentgenoten zou het de kolonisten nooit gelukt zijn om mensen te verhandelen.

Die nuance schoot de Surinaamse in het verkeerde keelgat. We moesten de verantwoordelijkheid wel daar laten waar hij in haar optiek hoorde: bij de onderdrukker. De rol van Afrikaanse koningen en dorpshoofden van weleer was ondergeschikt. Sterker nog: zij waren ook slachtoffer. De dame duldde geen tegenspraak.

Slavernijverleden als USP van Gorée

Op Gorée kun je hoe dan ook niet om dit verleden heen. Op één huis na (dat van de burgemeester) stamt alle bebouwing uit de koloniale tijd. Het eiland in het uiterste westen van het Afrikaanse continent speelde een (grote, of kleine?) rol in de slavenhandel. Veel van de monumenten op Gorée herinneren aan het slavernijverleden. Op de keper beschouwd, is het koloniale en slavernijverleden van dit kleine eilandje voor de kust van Dakar een unique selling point. Van heinde en verre komt men naar Gorée om de musea Maison des Esclaves en Fort d’Estrées te bezoeken, om het standbeeld van de Bevrijding te eren en om een wandeling te maken langs voormalige woonhuizen van welvarende slavenhandelaars. En die van ‘signares’.

Maison des esclaves in vroegere tijden

Gemengde huwelijken, gemengde rolmodellen, gemengde gevoelens

De signares waren veelal nakomelingen van Europese mannen en Afrikaanse vrouwen. Ze hadden een unieke positie in de samenleving door een combinatie van Afrikaanse en Europese invloeden.

In tegenstelling tot veel andere plaatsen in de wereld waar de slavenhandel plaatsvond, hadden vrouwen op Gorée (en in Saint Louis in het noorden) een ongewoon grote invloed. Ze speelden een brugfunctie tussen stad en gemeenschappen in het binnenland en maakten zich onmisbaar voor de eerste blanke kolonisten. Als gouvernantes en als (lokaal gelegaliseerde) concubines. Door hun (niet door de kerk erkende) huwelijk kregen de vrouw en haar kinderen de naam van de man, werden ze erfgenamen en ontstond een gemengde bourgeoisie. En dankzij deze huwelijken konden vrouwen hun eigen bedrijf ontwikkelen, geld lenen, grond kopen. En: ze speelden een cruciale rol in de trans-Atlantische slavenhandel.

Ze waren de eigenaars van veel slaafgemaakte mensen en handelden in goederen, onroerend goed en: in slaven. Als zodanig waren de signares pioniers op het gebied van vrouwelijk leiderschap. Door hun rijkdom en invloed werden ze vaak ingezet als bemiddelaars tussen de Europese handelaren en de lokale bevolking en hun huizen dienden als belangrijke handelsposten. Hoewel de signares rijk als ze waren veel deden aan liefdadigheid en bekend stonden om hun vrijgevigheid, profiteerden ze dus van de slavenhandel.

Na de afschaffing van de slavenhandel (in 1848, 15 jaar eerder dan in Nederland…) verloren de signares geld, macht en aanzien. Vooral toen de missionarissen hun opmars maakten. Met hen kwamen de kolonisten – met hun eigen vrouwen.

Meer over Gorée en de signares lees je in mijn blog Gorée, ile adorée.

Geen thema

Mijn fascinatie voor de rol van signares, toen en nu, vond ons bezoek, nazaat van tot slaaf gemaakten, ronduit belachelijk. Mijn ingelijste portretten van prachtige kinderen die zich elk jaar weer tijdens Mardi Grass verkleden als trotse signares keurde ze geen blik waardig.

Hoe zag Ibrahim de link tussen zijn werk en het slavernijverleden? Eerlijkheidshalve bekende hij dat slavernij geen thema van zijn werk is. Maar de achtergrond, de origine van tot slaaf gemaakten, wel. Zijn schilderijen tonen hoe deze mensen leefden vóórdat ze uit hun leefomgeving werden gehaald, ontvoerd, verkocht en verscheept naar de andere kant van de wereld. En ze tonen misschien ook wel hoe de marrons na hun vlucht van de plantages in de bossen van Suriname leefden.
Zijn schilderijen tonen vrijheid!

Lodia Art: vrijheid blijheid!

Dit argument leek de dame te overtuigen, maar het maakte haar ook zichtbaar ongemakkelijk. Alsof ze het de kunstenaar bij wie ze op bezoek was enigszins kwalijk nam dat hij zulk vrolijk en vredig werk maakte. Alsof ze het hem verweet dat hij géén nazaat was van tot slaaf gemaakten. Dat hij de dans was ontsprongen. Dat hij vrijwillig in Nederland was komen wonen – en was getrouwd met een nakomeling van de onderdrukker. Kortom: haar manier van doen maakte ons minstens zo ongemakkelijk.

Ambachtelijke traditie

Maar voor het goede doel, een belangrijke herdenking van een verschrikkelijke geschiedenis, wilde Ibrahim best een paar schilderijen exposeren in Rijswijk. Ook niet geheel zonder eigen belang. Hij exposeerde zelden in een Nederlandse galerie. Wel een paar pogingen gewaagd, maar vrijwel nooit door de keuring gekomen. Waarom niet? Zijn kunst mag geen Kunst heten, valt in de categorie ambacht, is meer traditioneel dan emotioneel. Dat zijn verhaal bij zijn ambachtelijk werk super emotioneel is, doet kennelijk niet ter zake. Veel galerieën prefereren gebakken lucht.

Zo ook de galerie in Rijswijk. Althans dat beweerde de Surinaamse dame een paar weken later schichtig aan de telefoon. Ibrahims werk was afgekeurd door de galeriehoudster in kwestie, zei ze. Zonder de kunstenaar in kwestie ooit gezien, ontmoet of gehoord te hebben. Het was niet tragisch genoeg. Vrijheid is te oppervlakkig.

Keti Koti Koning

Juist daarom vond ik de tv-uitzending rondom Keti Koti zo indrukwekkend. En dan vooral de speech van onze koning. Ja, echt! En zijn excuus en verzoek om vergiffenis voor het overduidelijke gebrek aan handelen tegen deze immense misdaad tegen de menselijkheid raakten me diep. Het was gewoon een rete goed betoog! Vooral zijn oproep om verschillen in beleving, achtergrond en voorstellingsvermogen te respecteren, om los te komen van verkramptheid, om elkaar toe te staan fouten te maken, en om het ongemak te omarmen, omarm ik van harte. Leve de koning, hoera, hoera, hoera!

NB eerlijk is eerlijk: de Keti Koti expositie in Rijswijk is de moeite waard – ook zonder Lodia Art.
Voor wie Lodia’s art wil aanschouwen, is welkom op zijn website, op Lodia’s Facebook-pagina of in zijn atelier.

@Loïs Diallo: 1 juli 2023

Deel het artikel

Volg mij op

Laat een reactie achter

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Lees alle blogs