Over Djola, heilige bomen en grisgris

Over hoe een agnost in Casamance gelovige werd

Onverklaarbare zaken moet je niet verklaren. Net als ware liefde. Je voelt het – of niet. Als je het voelt, is het er. Misschien. Stel, je zit op en bovengrondse wortel van een eeuwenoude boom. Je voelt dat de boom je omarmt. Je herkent een oude bekende. Het is. Je bent.

Het was m’n eerste bezoek aan Casamance. Het groene zuiden van Senegal. Djola-territorium. Djola is de etnie en cultuur van Ibrahims moeder en grootouders. Ibrahims vader is geen Djola, maar Peul, geboren in Guinee. Zijn ouders ontmoetten elkaar in Dakar en stichtten daar een gezin. Ibrahim is de middelste van 5 kinderen. De enige die voor een belangrijk deel is opgevoed door zijn opa, de vader van zijn moeder. De enige van zijn broers en zussen die zich Djola voelt. Is.

Kennismaking met Casamance

Ibrahims neef bracht ons van Bignona naar Balinghor, het dorp in the middle of nowhere waar Ibrahim zijn tienerjaren doorbracht. Waar hij zijn Djola-familie leerde kennen. Waar hij leerde wat het betekent om Djola te zijn. Hij was er al meer dan 5 jaar niet geweest. Voor mij was het een kennismaking, voor Ibrahim een reünie, voor beiden een tournee. We moesten bij iedereen op bezoek, kregen overal te eten, op straat vloog de een na de ander Ibrahim op z’n nek. De verloren zoon was teruggekeerd. Met zijn Nederlandse vrouw. Wie had dat ooit gedacht.

De boom met vele namen

Theetijd. Dat betekent: kooltjes stoken in een zelf gesoldeerde fourneaux en een potje met water, groene gunpowder thee, verse munt en suiker (veel suiker) in het vuur. Ibrahim en zijn familie spraken nu een taal waar ik nog minder van verstond dan van Wolof, de taal die Ibrahim in Dakar met familie en vrienden spreekt.

Om hen en mijzelf de ruimte te geven, maakte ik aanstalten om een stukje te wandelen. Voor het grootouderlijk huis is een pleinachtig terrein met een paar reusachtige ‘fromagers’. Indrukwekkende bomen met een stam opgebouwd uit kolossale gedrapeerde coulissen, geflankeerd door golvende bovengrondse wortelpartijen. Een van hen nodigde me uit plaats te nemen op een van zijn in de vorm van een fauteuil gesculptuurde wortels. Vanuit die positie sloeg ik het dorpsleven om me heen gade. De bedrijvigheid van eerder verstilde. Het gekwetter van de vogels verstomde. De rust die over me kwam, kende ik niet. Volkomen tevreden. Volkomen vertrouwd. Volkomen.

Magische fromager

Na veel zoeken vond ik de Nederlandse naam voor de fromager, ook wel Urostigma senegalense, Ficus senegalensis, Afrikaanse of Senegalese vijg, omdat hij familie is van de vijgenboom: kapokboom. Maar ‘fromager’ zou je beter kunnen vertalen als kaasboom. Hij dankt z’n naam aan z’n melkachtige hars, die men associeert met kaas. Maar ‘melkboom’ zou eigenlijk een nog logischere naam zijn… De wortels verankeren de boom voor de eeuwigheid en dankzij dat enorme wortelstelsel overleeft de boom zelfs grote droogtes. De boom is net als de baobab heel belangrijk voor de lokale gemeenschap, vooral vanwege medicinale en spirituele doeleinden.

vanonder de fromagier
Hier gebeurde het

Geen idee hoe lang ik op die boomwortel zat toen Ibrahim me kwam halen voor de thee. Wel weet ik dat ik dorst had. Gelaafd en gezeten op een eenvoudig bankje met een boom als rugleuning merkte ik dat de vele familieleden me onderzoekend aankeken. Ibrahim vertaalde hun nieuwsgierig blikken. Het ging over de fromager. Die was niet alleen heilig, maar werd ook bewoond door een ontzagwekkende geest. Die meestal niet zo gesteld was op vreemdelingen. Of ik hem had ontmoet. Dat had ik. Dan was ik geen vreemdeling. Meer thee?

Van een afstand bewonderde ik de eeuwenoude boom. Kleurrijke vogeltjes fladderden weer in en uit. Twee uilen hielden zich schuil in een hoge donkere holte. Eekhoorns en hagedissen beklommen de stam en de uitgestrekte kroon. Mijn boom.

Rituele inzegening

De een na de andere ‘ouder’ (oom, tante), ‘broer en zus’ (neef en nicht), al dan niet verwante buurman en buurvrouw heetten me welkom en schoven aan op het perron van Ibrahims grootvaderlijk huis. Toen de dag ten einde raakte, werd me duidelijk dat Ibrahims tantes een Djola-ritueel voor ons in petto hadden. Ze begeleidden ons hand in hand naar de heilige boom. We kregen een plek tussen de wortels toegewezen, met ons gezicht naar de stam. Ogen dicht, handpalmen omhoog. Achter ons spraken de oude tantes raadselachtige gebeden uit en hoorde ik een spannend geritsel van takken. Af en toe werd ik aangeraakt door iets. Of niet? Ik hoorde van alles; ik verstond niets. Of wel?

Ibrahim en ik tijdens de rituele inzegening onder de fromagier
Ibrahim en ik tijdens de rituele inzegening onder de fromager

De tantes rondden af. We mochten weer aarden. Nu was ons samenzijn ingezegend. Nu waren wij. Ibrahim straalde van top tot teen en ver daarbuiten.

Nuchter overweldigd

Terug in Dakar bezochten we Ibrahims oudste broer. Een broer waar Ibrahim het niet altijd goed mee kan vinden. Ibrahim vindt hem een oppervlakkige rauwdouwer, broer vindt broertje een moralistische ideoloog. Broer is geboren en getogen in Dakar, een beetje een kwajongen, niet veel naar school geweest, vroeg volwassen, verdient de kost als automonteur. Ibrahim was ook in Dakar een natuurmens, hield van vissen en zwemmen, was een zachtaardige jongen die (misschien wel uit zelfbescherming) als tiener naar opa in Casamance werd gezonden. En daar thuiskwam bij z’n opa, die hij tot dan toe niet kende.

Ibrahims broer bezocht Balighor voor het eerst als volwassene. Toen hun moeder was overleden en de ‘deuil’ (rouwperiode) na haar begrafenis (in Dakar) in haar geboortedorp werd georganiseerd. Voor hem waren de vreemde rituelen indrukwekkend, maar ook een beetje eng.

Wij vertelden grote broer over ons verblijf in hun moeders dorp. De stoere rauwdouwer bestudeerde me nieuwsgierig. Hoe ik het had gevonden. Of ik geen vreemde dingen had gezien. Ik beaamde. Hij vertelde dat hij, de nuchterheid zelve, destijds in Balighor was overweldigd door “die dingen”. Dat hij zijn broertje tot die tijd nooit goed begreep, maar sindsdien respecteerde.

Djola-etnie en -cultuur

De Djola is een etnische groep die voornamelijk in Casamance, een regio in het zuiden van Senegal, leeft. Hun cultuur, tradities en religie zijn niet dezelfde als die van andere inwoners van Senegal. Veel Djola zijn vrij recent bekeerd tot de Islam, maar in wezen animistisch. Ze geloven in de natuur, vereren de natuur: bomen, rivieren, dieren én geesten. Alles in de natuur heeft een geest. En de geesten van voorouders zijn aanwezig in de natuur. Die kun je aanroepen voor hulp en bescherming.

Djola geloven ook in een hogere macht, de schepper van de wereld, de oorzaak van alles. Vergelijkbaar met Allah, God, het goddelijke – of de liefde. Djola geloven dat de wereld wordt bevolkt door zowel zichtbare als onzichtbare krachten, die onderling verbonden zijn en elkaar beïnvloeden. Deze krachten omvatten onder andere geesten van de voorouders en andere bovennatuurlijke wezens. Met rituelen en ceremonies eren Djola deze krachten. Om de schepper, de natuur inclusief alle geesten gunstig te stemmen.

Solidariteit

Het belangrijkste kenmerk van de Djola-cultuur is in mijn ogen de gemeenschapszin en sociale samenhang. Het leukste aspect van het Djola-schap zijn de tradities, de muziek, de dansen. Oorspronkelijk bedoeld om te communiceren met de geesten, in de praktijk vooral heel gezellig. Veel Djola dragen allerhanden grisgris, amuletten, leren zakjes gevuld met geheime ingrediënten: boomwortels, kruiden, stenen, botjes en vaak koranteksten. Maar er valt mij nog iets op: niet-Djola’s hebben enorm ontzag voor wel-Djola’s, vooral voor hun spirituele kant. Hun geloof en daarbij behorende attributen maakt Djola’s bijzonder zelfbewust en onoverwinnelijk. Zo voelen zij dat. Dus is het zo.

Goddelijke gaven

Djola worden bijgestaan door onzichtbare ‘don’, onverklaarbare goddelijke gaven. Mede dankzij die don en hun grisgris zijn Djola moedig, ijzersterk en voor niemand bang. En dus verdienen zij respect. Want als niet-Djola weet je maar nooit.

Als Westerling kun je het Djola-geloof afdoen als bijgeloof. Maar ik adviseer jullie: neem het onzekere voor het zekere. Stel dat Djola echt worden bijgestaan door geesten. Stel dat hun grisgris hen daadwerkelijk onoverwinnelijk maakt. Stel dat een Djola dat gelooft. Dan geeft dat hen meer kracht dan wij snappen. Dan is het.

Die fromager heeft mij van agnost gelovige gemaakt.

@Loïs Diallo: 18 maart 2023

Deel het artikel

Volg mij op

Laat een reactie achter

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Lees alle blogs