Scharrelen of sappelen?

Vanuit haar binnenplaats verkoopt m’n schoonmoeder zelfgekweekte aloé vera en munt. Mijn schoonzus verkoopt vanuit de keuken zelfgemaakte frisdrank en waterijsjes met bissap en gember. Allebei heerlijk, maar m’n favoriet is bissap mét gember. Daarnaast heeft schoonzus het handeltje van haar moeder overgenomen. Ze verkoopt groenten die ze elke dag inkoopt op de markt in Dakar. Vroeger had m’n schoonmoeder een zelfgetimmerd kraampje. Schoonzus huurt tegenwoordig een stenen marktkraampje van de gemeente.

Senegal heeft een scharreleconomie: de meeste Senegalezen scharrelen voor de kost. Boeren en vissers en heel veel andere kleine zelfstandigen, zoals ambachtslieden, taxichauffeurs, winkeliers markthandelaren en ambulante handelaren. En kunstenaars. Sommige scharrelaars zijn redelijk succesvol. Voor de meesten is het sappelen. Maar dat geldt ook voor werknemers. De salarissen zijn niet om over naar huis te schrijven. Dientengevolge lonkt corruptie. Dat is pas ‘scharrelen’.

Sneu

De informele sector is groot. Een minderheid heeft een baan. Of runt een bedrijfje. Scharrelaars zijn er in vele soorten en maten. Van sommigen word je triest. Bedelaars in het algemeen, talibé in het bijzonder. En de tientallen ambulante verkopers langs de autowegen. Triestmakend omdat men de hele dag gore uitlaatgassen moet inademen voor een piepklein beetje omzet én omdat ze klaarblijkelijk geen creatiever idee hebben dan óók flesjes water, mandarijntjes, nootjes, pakjes zakdoeken of plastic wegwerp kinderspeelgoed made in China te verkopen. Al die snelwegverkopers hebben dezelfde handel. Ook de dames die toeristen op Gorée belagen met ‘zelfgemaakte’ bijoux lijken allemaal in te kopen bij dezelfde groothandel met Chinese rommel.

Helemaal pijnlijk is dat sommige scharrelende sjacheraars zo wanhopig hun handel aan de man proberen te brengen dat men meent opdringerig te moeten zijn. Waardoor hun potentiële klanten ze negeren of erger: geïrriteerd afwijzen. Zelf kan ik er ook heel slecht tegen als mensen zich aan me opdringen, me achtervolgen of erger: me de weg blokkeren of aan m’n arm trekken. Ik doe m’n best om beleefd te blijven, maar er zijn grenzen. Maar sneu is het. Ik gun elke familie hun inkomsten.

Lees ook mijn blog Hoe arm of rijk is Senegal?

Driemaal daags fruitsalade

Dat gebrek aan creativiteit is sowieso een ding. Er zijn maar weinig niche-scharrelaars. Veel mensen doen wat de buurman doet. En die doet ook wat zijn buurman doet. Dus de concurrentie is moordend. Ook binnen branches valt me op dat mensen weinig zoeken naar een nieuw product of nieuwe dienst. Ook binnen de landbouw. Bijna iedereen teelt hetzelfde. Dus de ene maand verkoopt iedereen meloen, de andere maand papaya’s, en de volgende maand mango’s. Ook al eet heel Senegal driemaal daags fruitsalades, het fruit-aanbod is vele malen groter dan de vraag.

Senegalese pindakaas

Ook is er een gigantisch aanbod van pinda’s en cashewnoten. Pinda’s zijn een belangrijk gewas in Senegal, zowel voor binnenlandse consumptie als voor export. Senegal is een van de grootste producenten van pinda’s in Afrika. Het land produceert gemiddeld ongeveer 1 miljoen ton pinda’s per jaar. Pinda’s worden gebruikt voor olie, veevoer en directe menselijke consumptie.

De cashewnotenteelt is een groeiende sector in Senegal. De productie is de afgelopen jaren toegenomen, dankzij (overheids)initiatieven om de sector te ontwikkelen en om boeren aan te moedigen om over te schakelen op cashewnoten vanwege hun winstpotentie.

Gat in de markt

Er zijn bedrijven in Senegal die pinda’s verwerken tot producten zoals pindakaas, pindaolie en veevoer. Maar een groot deel van de pindaproductie wordt onbewerkt geëxporteerd naar landen zoals China en India, waar ze vervolgens worden verwerkt. De meeste cashewnoten worden ook onbewerkt geëxporteerd, met name naar Azië.

Zie daar een gat in de markt: cashewnootboter, cashewnootmelk, cashewnootkaas, cashewolie!
En nog één: (mango)chutney. Dat heb ik nog nooit gezien in Senegal…

Voor veel andere boeren is het helaas moeilijk concurreren met het Westen en Oosten. Import graan en rijst zijn té goedkoop. Nederlandse uien, kippen en eieren idem. Daar valt niet tegen op te verbouwen.

Lees ook mijn blog Wat schaft de Senegalese pot?

Voedselrevolutie

Maar er gloort hoop aan de landbouwhorizon. Want gierst (millet), sorghum en fonio zijn verrassend kansrijke landbouwproducten. Anders dan het graan dan wij kennen, groeien ze prima in Senegal. Ze  zijn aangepast aan de Senegalese bodem en gedijen goed in het warme en droge Senegalese klimaat. Misschien nog belangrijker: gierst, sorghum en fonio zijn behalve klimaatrobuust voedzaam, gezond, milieuvriendelijk én erg lekker. Dat vind ik en dat vind Ousmane Sonko.

De oorlog in Oekraïne, de torenhoge graanprijs dientengevolge én de persoonlijke voorkeur van oppositieleider Sonko, die in een radio-interview te kennen gaf sorghum-beignets en -pap voor zijn ontbijt te prefereren, hebben een ware voedselrevolutie ontketend. Die traditionele beignets waren van de ene op de andere dag niet aan te slepen. En doordat de populaire Sonko opriep meer inheemse granen te verbouwen en te consumeren, stijgt de vraag naar foniobrood gestaag en stapt menig boer over op fonioteelt.

Superfonio

Fonio is een van de oudste geteelde granen in Afrika en is bijzonder aangepast aan de arme, zanderige en zure gronden van West-Afrika. Het heeft een korte groeicyclus (6-8 weken), waardoor het een van de snelste granen is om te oogsten. Dit maakt het een belangrijke voedselbron. Fonio is zeer voedzaam: het is rijk aan aminozuren, meer dan andere granen. Het is ook rijk aan B-vitamines en mineralen zoals ijzer en zink. Net als gierst en sorghum, is fonio glutenvrij, dus ook daarom een goed graanalternatief.

Culinair is fonio zeer veelzijdig: het heeft een lichte, nootachtige smaak en eenmaal gekookt heeft het een zachte, couscous-achtige textuur. Je kunt er brood van bakken, pap mee maken en het serveren als basis van een maaltijd – net als couscous. Ik verheug me op verse fonio in mijn poké bowl!

Lees ook het Volkskrant-artikel ‘De oorlog in Oekraïne heeft geholpen om anders naar ons dagelijkse voedsel te kijken’.

Waarde toevoegen

Voor veel landbouwproducten van Senegelese bodem geldt dat het de moeite zou lonen als meer mensen deze in eigen land zouden verwerken. Dan verdien je er veel meer aan. Denk aan drogen, inblikken, confiture. Dat gebeurt mondjesmaat. Vooral omdat er nog onvoldoende blokjes en glazen potjes worden geproduceerd. Weer een gat in de markt!

Datzelfde geldt voor de vele grondstoffen, zoals waaronder fosfaten, zirkoon, goud, zware mineralen, olie en gas. Die worden veelal door buitenlandse bedrijven gewonnen en gaan linea recta de grens over, het continent uit.

Ontwikkelingsland

Senegal ís een ontwikkelingsland, maar de Senegalese economie zou enorm kunnen groeien als de Senegalese regeling haar eigen grondstoffen niet zou verkwanselen aan buitenlandse mogendheden. Senegal heeft veel mijn-concessies verpatst aan Frankrijk, Rusland, China, Canada en Australië. Vaak in ruil voor infrastructuurprojecten en investeringen. Voordelen zijn werkgelegenheid, soms scholingsmogelijkheden en als het meezit een beetje belastinginkomsten. En de leden van de Senegalese regering worden er persoonlijk ook meestal niet slechter van.

Het grootste deel van de fosfaatproductie, een van Senegal’s meest waardevolle mineralen, is in handen van het staatsbedrijf Industries Chimiques du Senegal (ICS). Fosfaten worden voornamelijk gebruikt in de productie van meststoffen. Maar de goudwinning is in buitenlandse handen. Een van de grootste goudmijnen van het land, de Sabodala-goudmijn, is eigendom van Teranga Gold, een Canadees mijnbouwbedrijf. Zirkoon wordt in Senegal gewonnen door het Australische bedrijf Mineral Deposits Limited (MDL) via haar dochteronderneming, Grande Côte Operations (GCO).

Bedrijven als BP, Total en Kosmos Energy hebben enorme belangen in de ontluikende olie- en gassector van het land, in het bijzonder in de offshore-velden voor de kust van Senegal. In 2018 tekenden Sall en het Franse energiebedrijf TotalEnergies een contract voor 25 jaar om het Yakaar-Terenga gasveld in Senegal te ontwikkelen. Tijdens zijn recente staatsbezoek aan Frankrijk heeft Sall wederom een grote energiedeal gesloten met zijn Franse collega Macron én de EU, het Verenigd Koninkrijk en Canada. Senegal krijgt 2,5 miljard euro om de uitrol van hernieuwbare energie te versnellen, opdat het aandeel hernieuwbare energie in 2031 toeneemt tot 40% van de elektriciteitsmix van Senegal.

Wat Europa en Canada hiervoor in ruil krijgen, weet ik niet. Maar het zou zomaar gas en olie kunnen zijn…

Achter het net vissen

Zo kansrijk als de landbouw is, zo kansloos is de visserij. De visserij leverde altijd veel werk, voor vissers uiteraard, maar ook voor vrouwen die de vis schoonmaken en drogen en handelaars. Maar dat wordt rap minder. Klimaatverandering en overbevissing zijn desastreus. Ik schreef erover in mijn blog Over vissers en migranten en hun toekomst. Voordat de Senegalese wateren weer net zo visrijk zijn als een paar decennia terug, moet er heel wat water door de Rijn stromen.

Voor veel vissers betekent dat de keuze tussen de levensgevaarlijke oversteek naar Europa of scharrelen. Terwijl de oplossing helder is: scholing en banen.

Werk aan de winkel

Dé reden voor al dat gescharrel, is de werkloosheid. Die is enorm. Onder ongeschoolden én afgestudeerden. Ook met een middelbare schooldiploma en zelfs met een doctoraal op zak. Dat is misschien nog wel zuurder. Menig diploma wordt in de fik gestoken, omdat je er verdomd weinig mee kunt in Senegal. Een van de gevolgen is een braindrain: menig afgestudeerde vertrekt naar Frankrijk, waar hij of zij met open armen wordt ontvangen. Een ander gevolg: pirogues vol kansarme gelukzoekende pechvogels. Ook daarover gaat mijn blog Over vissers en migranten en hun toekomst.

Maar er is wel degelijk hoop. Veel hoop. Als ontwikkelingsland ontwikkelt Senegal wel degelijk. Rap ook. Buitenlandse ondernemers vestigen zich in Senegal en dat schept banen. De infrastructuur verbetert, hetgeen de handel vergemakkelijkt. De nieuwe haven ten zuiden van Dakar gaat heel veel banen opleveren. Er wordt enorm gebouwd, zoveel dat er een tekort aan bouwvakkers ontstaat. Senegalees gas, de (hernieuwbare) energie en het toerisme zijn groeimarkten. En zo voort.

Lees ook mijn blog Afrika zit in de lift. Want ook Senegal zit in de lift. Het is midzomer, regentijd, maar lente hangt in de lucht.

@Loïs Diallo: 24 juli 2023

Deel het artikel

Volg mij op

Laat een reactie achter

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Lees alle blogs